BTW of omzetbelasting

Uw BTW aangifte

A&A Administratie zorgt voor een keurige BTW aangifte. Dit zijn minimaal vijf aangiften per jaar. In de eerste maand na het kwartaal moet aangifte worden gedaan. Dit zijn dus vier aangiften. De vijfde aangifte valt altijd samen met de jaarrekening. Dit is de zogenaamde suppletie aangifte. Deze aangifte verzorg ik voor u indien een aangifte moet worden gecorrigeerd. Dit kan de aangifte van dit jaar zijn of 1 van de aangiften van de afgelopen 5 jaar. De correcties betreffen vaak privégebruik van de computer, een auto van de zaak etc. Hieronder leg ik u het een en ander uit over de BTW. Deze informatie is niet uitputtend, het is basiskennis.

Over al uw verkopen moet u belasting betalen. Dit heet de zogenaamde omzetbelasting ook wel btw genoemd. Btw staat voor : Belasting over de Toegevoegde Waarde. U moet belasting betalen over de meerwaarde die uw product of dienst door uw handelen krijgt. Dit betekent dus ook dat u BTW die u heeft uitgegeven om uw product die meerwaarde te geven, mag aftrekken.


Welke zaken zijn btw belast?

Zoals gezegd is btw de belasting die u verschuldigd bent over uw verkopen (omzet). U dient btw te betalen als u de volgende zaken levert:

  • verkoop van goederen
  • goederen verkoopt door middel van huurkoop
  • onroerende zaken bouwt, zoals huizen of kantoorgebouwen en deze aan uw klanten verkoopt
  • goederen monteert of installeert, zoals een centrale verwarmingsketel
  • diensten aanbied bijvoorbeeld het verzorgen van de boekhouding van een ondernemer
  • goederen uit uw onderneming haalt voor eigen gebruik

Waarover berekent u btw?

U berekent btw over het totale bedrag dat u in rekening brengt of u van uw klanten ontvangt. De btw wordt berekent over het totale bedrag van de geleverde goederen of diensten en de bijkomende kosten. Als uw klant meer betaalt dan u in rekening heeft gebracht, dan bent u ook daarover ook btw verschuldigd.

Berekening verkoopprijs inclusief btw:

Aankoop materiaal voor € 100,- per stuk, exclusief BTW. Winstmarge is 100%. De producten moeten dus € 200,- per stuk opbrengen, exclusief btw. U verkoopt deze producten dan voor € 200,- + 21% = € 242,-

Berekening van de btw bij vastgestelde verkoopprijs?

Verkoop goederen voor € 199,95 inclusief 21% BTW. De BTW wordt dan: € 199,95 x 21/121 = €34,70.


De verschillende BTW tarieven:

De BTW tarieven zijn: 21% (tot 1 oktober 2012 was dat nog 19%), 6% en 0%. Het tarief dat voor u geldt hangt af van het soort goederen of diensten. Het meest voorkomende tarief is het 21% tarief. Er zijn echter ook vrijgestelde. Het hoogste tarief geldt in principe voor alle goederen en diensten.

Uitzonderingen: 6%-tarief o.a. voor:

  • eten en drinken, behalve alcoholhoudende dranken
  • verkoop en verhuur van boeken, dagbladen en tijdschriften
  • agrarische producten en diensten
  • braille-artikelen voor persoonlijk gebruik door blinden
  • geneesmiddelen
  • schilderen en stukadoren van woningen ouder dan 2 jaar
  • personenvervoer
  • gebruikmaken van een zwembad of badhuis, inclusief sauna
  • verhuur van vakantiewoningen en kampeerplaatsen
  • toegang sportieve evenementen (sportwedstrijden)
  • diensten door kappers
  • isolatiewerkzaamheden aan woningen ouder dan 2 jaar
  • herstellen van kleding, schoenen en fietsen
  • schoonmaakwerkzaamheden binnen woningen
  • geven van gelegenheid tot sportbeoefening in een sportaccommodatie

Het 0%-tarief is het buitenlandse handel tarief. Als u levert aan buitenlandse ondernemers, dan past u dit tarief toe op uw leveringen. u hoeft ook geen BTW te berekenen over tabaksproducten.

U levert diensten en/of goederen met een verschillend tarief? Dan moet u dit apart in uw administratie registreren. Uw boekhouder van A&A Administratie heeft hier ervaring mee. Uw boekhouding wordt hier keurig op ingericht!


Prestaties die vrijgesteld zijn van btw

  • Diverse goederen en diensten zijn vrijgesteld van btw. Dit zijn:
  • schoonmaakwerkzaamheden binnen woningen ? de levering van onroerende zaken, ouder dan twee jaar
  • onderwijs ? diensten in de medische sector
  • diensten door sportverenigingen aan hun leden ? sociaal-culturele diensten en producten
  • financiële diensten ? kinderopvang
  • zorgdiensten en huishoudelijke verzorging ? diensten door componisten, schrijvers en journalisten
  • fondswerving door vrijgestelde organisaties

Opgelet! Voor de toepassing van vrijstellingen gelden bepaalde voorwaarden.

Landbouwregeling: Dit geldt voor landbouwers, veehouders, tuinbouwers en bosbouwers. De leveringen van goederen en

diensten door ondernemers die van deze regeling gebruikmaken,zijn niet belast. Niet alle goederen of diensten die u als ondernemer in de agrarische sector levert, vallen echter onder de landbouwregeling!

Levert u vrijgestelde diensten? Dan mag u geen BTW op uw factuur vermelden. doet u dit wel, dan moet u dit afdragen aan de belastingdienst. Tevens kunt u de betaalde BTW niet terugontvangen als voorbelasting! Valt u onder het 0% tarief dan heeft u wel recht op voorbelasting.


De kleine ondernemingsregeling.

Dit is een regeling voor de kleine (beginnende) ondernemer. Als u in een jaar minder dan € 1883,- betaald (het saldo van de BTW van de verkopen minus de BTW van de inkoop), kan het betekenen dat u minder of helemaal niets hoeft te betalen. U heeft hier wel een ontheffing voor nodig.

U dient aan de volgende voorwaarden te voldoen:

  • u betaald minder dan € 1883,- BTW;
  • u heeft een eenmanszaak, een maatschap of een VOF. Geen rechtspersonen zijn zoals een BV of NV;
  • U blijft voldoen aan de fiscale administratieve verplichtingen.

Uitzonderingen voor deze regeling zijn:

  • veehouders;
  • bosbouwers;
  • landbouwers;
  • tuinbouwers;

indien zij voor de normale BTW regeling kiezen. Verhuurders van onroerende zaken bij belaste verhuur.

Let op: voor de inkomstenbelasting dient u dit BTW voordeel wel bij uw winst uit onderneming op te tellen!

Wat is de vermindering dan?
€ 1.883 of meer geen vermindering minder dan € 1.883, maar meer dan € 1.345.
Vermindering van te betalen btw: 2,5 x (€ 1.883 – (btw-bedrag)) € 1.345 of minder. Vermindering is gelijk
aan het btw-bedrag. U hoeft dus geen btw te betalen. Een voorbeeld als u “minder dan € 1.883, maar meer dan € 1.345” omzet maakt:

Uw omzet: € 25000,- 21% hiervan is: € 5250,-

Uw kosten: € 17000,- 21% hiervan is: € 3570,-

De normale afdracht is nu dus: € 1680,- kleine ondernemingsregeling: =(1883-1680)*2,5 = € 507,50. Nu wordt de afdracht: € 1680 – € 507,20 = €1172,80.
U berekend deze btw vermindering aan het einde van het jaar, tenzij u per kwartaal of maand aangifte doet. Dan kunt u dit al iedere keer toepassen. U moet natuurlijk wel recht hebben op vermindering. Het bedrag kan ook nooit meer zijn dan het bedrag dat u moet betalen. U krijgt dus geen BTW terug. Het is verstandig om een schatting van uw vermindering te maken. Wees niet te optimistisch, als u dit bedrag te hoog inschat moet u terugbetalen! Als u uw onderneming halverwege het jaar start, heeft u toch over het volledige bedrag recht op aftrek. U hoeft dus geen rekening te houden met tijdsevenredigheid.
Let op! Doet u zaken met landen binnen de EG of is er sprake van een verleggingsregeling? Dan gelden afwijkende regels!


U haalt goederen uit uw onderneming voor eigen gebruik.

De btw die u betaalt bij privéaankopen, kunt u niet aftrekken als voorbelasting. Het kan echter voorkomen dat u goederen die u eerst voor uw bedrijf hebt gekocht, later voor privédoeleinden gaat gebruiken. Als u de btw bij aanschaf hebt afgetrokken, levert u de goederen als ondernemer aan uzelf als privépersoon (dit is een interne levering). U bent dan btw verschuldigd

over de waarde van de goederen op het moment dat u de goederen aan uzelf levert. Dus stel dat u een laptop die u twee jaar in uw bedrijf hebt gebruikt, meeneemt en aan uw zoon geeft. In dat geval bent u btw verschuldigd over de actuele waarde van de computer.


Wanneer moet u aangifte BTW doen?

Als uw klanten vooral particulieren zijn, bent u de btw verschuldigd op het moment waarop u de vergoeding ontvangt voor uw goederen of diensten. U vult dan de verschuldigde btw in op het aangiftebiljet van het tijdvak waarin u de vergoeding hebt ontvangen. Dit heet het kasstelsel. Het kasstelsel mag onder andere worden toegepast door winkeliers, marktkooplieden, schoenmakers, kappers, fietsenmakers en horecabedrijven.
Als u hoofdzakelijk aan ondernemers goederen en diensten levert, bent u de btw verschuldigd op het moment dat u de factuur hebt uitgereikt: u vult de btw in op de aangifte van het tijdvak waarin de datum van de factuur valt. Dit heet het factuurstelsel. Als u de factuur te laat uitreikt, bent u de btw toch verschuldigd op het moment dat u de factuur had moeten uitreiken.

Als u het factuurstelsel toepast, kan het gebeuren dat een klant de factuur niet of niet helemaal betaalt terwijl u de btw al wel hebt aangegeven en betaald. In dat geval kunt u deze btw aan ons terugvragen. U kunt daarvoor per brief een verzoek om teruggaaf sturen naar uw belastingkantoor. U moet dan wel kunnen aantonen dat de factuur inderdaad niet of maar gedeeltelijk is betaald. Het is daarom raadzaam om bewijsstukken met uw verzoek mee te sturen.


Wanneer factureert u?

Voor alle leveringen van goederen en diensten aan een andere ondernemer moet u een factuur uitschrijven. Uw klant heeft deze factuur nodig om de btw die u in rekening brengt, als voorbelasting te kunnen aftrekken. Aan particulieren hoeft u geen factuur te verstrekken. Ook als u het kasstelsel toepast, moet u een factuur uitreiken als uw klant een ondernemer is. U moet de factuur uitreiken vóór de 15e van de maand die volgt op de maand waarin u de goederen of diensten hebt geleverd. Als u bijvoorbeeld op 9 februari een dienst of product levert bij uw klant, dan moet u vóór 15 maart de factuur verstuurd hebben.


De verleggingsregeling

In principe moet u als u goederen levert of diensten verricht, btw factureren, aangeven en betalen. In een aantal gevallen moet uw afnemer echter de btw aangeven en betalen. U past dan de zogenoemde verleggingsregeling toe. Deze regeling bestaat onder andere voor:

  • aannemers en onderaannemers
  • leveringen en diensten door buitenlandse ondernemers
  • leveringen van afval en oude materialen

Aannemers en onderaannemers

Als u werkt in de bouw, scheepsbouw, metaalconstructie, schoonmaak en afvalbranche of confectie-industrie, geldt er een bijzondere regeling voor de heffing van btw. Als u als onderaannemer voor een hoofdaannemer werkzaamheden uitvoert, moet u gebruikmaken van de verleggingsregeling. Dat houdt in dat niet u, de onderaannemer, btw moet betalen, maar de hoofdaannemer. De verleggingsregeling werkt als volgt: als u onderaannemer bent, brengt u uw hoofdaannemer geen btw in rekening. Op de factuur aan uw hoofdaannemer vermeldt u geen btw-bedrag, maar ‘btw verlegd’. Bovendien moet u behalve uw eigen btw-identificatienummer ook het btw-identificatienummer van de hoofdaannemer op de factuur vermelden. U bent dus geen btw verschuldigd. Wel moet u de omzet die onder de verleggingsregeling valt, aangeven op uw Aangifte omzetbelasting (rubriek 1e). Als u op uw beurt het werk uitbesteedt, dan bent u ten opzichte van uw onderaannemer de hoofdaannemer. De heffing van btw voor dat werk wordt dan naar u verlegd. U moet de btw aangeven op uw Aangifte omzetbelasting. Deze btw kunt u op dezelfde aangifte meestal weer als voorbelasting aftrekken.


Verleggingsregeling voor leveringen en diensten door buitenlandse ondernemers

Deze verleggingsregeling geldt voor ondernemers die niet in Nederland zijn gevestigd. Als een buitenlandse ondernemer goederen aan u levert of een dienst voor u verricht, wordt onder bepaalde voorwaarden de heffing van btw naar u verlegd. De buitenlandse ondernemer mag geen btw op de factuur vermelden. U moet de btw aangeven op uwAangifte omzetbelasting. Deze btw kunt u meestal op dezelfde aangifte weer als voorbelasting aftrekken. Deze verleggingsregeling geldt in alle gevallen waarin de afnemer ondernemer is.


Verleggingsregeling voor levering van afval en oude materialen

De verleggingsregeling is onder andere van toepassing op de levering van resten, afval en halffabricaten van metalen en van materialen voor hergebruik zoals glas en papier. De regeling geldt ook voor de verwerkingsdiensten op het gebied van scheiden en samenpersen van deze materialen.


Margeregeling voor handelaren in gebruikte goederen, kunst, antiek en voorwerpen voor verzamelingen

Als u Koopt van een particulier of u handelt in gebruikte goederen, kunst, antiek of voorwerpen voor verzamelingen, past u de zogenoemde margeregeling toe. Het zijn zelfs margegoederen als het product nog in de originele dichtgesealde verpakking zit, maar u koopt het van een particulier.

De margeregeling houdt in dat u niet over de omzet btw berekent, maar over het verschil tussen de verkoopprijs en inkoopprijs (de winstmarge). Als u voor de levering van deze margegoederen een factuur uitreikt, moet daaruit duidelijk blijken dat de margeregeling van toepassing is.  Bij inkoop staat er dus geen BTW op de bon of factuur, Bij de verkoop mogelijk wel!  Dus wilt u de verkoopfactuur onder de margeregeling laten vallen dan moet u op uw verkoopfactuur melden dat de margeregeling van toepassing is. Levert u aan een ondernemer dan kunt u ook de BTW er op vermelden.

Twee voorbeelden:


U vermeld geen BTW op uw verkoopfactuur: Volledige margeregeling van toepassing:
Marge aankoop             200
winstmarge excl btw    100
Verkoopprijs excl btw  300
BTW 21% v 100                21
Verkoopprijs                   321

U vermeld wel btw op uw verkoopfactuur:

Marge aankoop             200
winstmarge excl btw    100
Verkoopprijs excl btw  300
BTW 21% v 300               63
Verkoopprijs                  363

Uw zakelijke afnemer kan 63 in vooraftrek nemen en het product kost hem dus 300. In voorbeeld 1 kost het een ondernemer 321.
Een ondernemer heeft er dus voordeel van. Voor een particulier is het voordelig de margeregeling volledig toe te passen.
Voor u maakt het niet uit. U krijgt immers van uw afnemer in beide gevallen de af te dragen BTW vergoed.  Ik denk echter wel dat zolang u onder de Kleine Ondernemingsregeling valt voorbeeld 1 gunstiger kan zijn. Dit ligt natuurlijk aan de prijzen van de directe concurrenten. U krijgt meer omzet als u goedkoper bent.
Een nadeel van voorbeeld twee is dat u de (nog te) ontvangen BTW wel moet gaan betalen. Daar bedoel ik mee dat het nog belangrijker is om deze ontvangen BTW op een spaarrekening te zetten om niet in betalingsproblemen te komen!

U heeft margegoederen die u in consignatie geeft. Wat is de omzet?

Eerst even de definitie: Het ter verwerking of verkoop beschikbaar stellen van goederen aan afnemers. De goederen blijven eigendom van de leverancier en hoeven alleen te worden afgerekend indien ze daadwerkelijk zijn verkocht. 

Het artikel wordt verkocht voor € 100,- , de commissie is 30%:

het verkoopbedrag van €100,- – (30% v €100,- *1.21 = €36.3) = €63.70 Dit bedrag krijgt u dus overgemaakt op uw bankrekening. Uw omzet gaat echter over die € 100,- (dit is dus 121%,

100/121*21= €17,35. In de aangifte gaat dan bij de voorbelasting die € 6,30 btw van de commissie daar weer af. dus per saldo wel € 11.05. Het moet wel apart worden behandeld in de aangifte. 

Wetswijzigingen


 

Hebt u nog vragen?

Heeft u vragen over de btw of over de omzetbelasting? Neemt u dan contact met ons op en wij helpen u graag verder.